Doodsprentje van de kinderen van de familie Desmet

Volgens sommige bronnen verzamelden Duitse troepen de nacht van 19 op 20 juli in het station van Halle om naar de frontlinie te vertrekken. Rond 1u00 hoorde men het geluid van een vliegtuigmotor. Even later werden er bommen uitgegooid. Eén ervan kwam terecht op het huis van de familie Desmet in de toenmalige Statiestraat (nu de Basiliekstraat), iets hoger dan waar zich nu de toegang tot de parking van Delhaize bevindt. Het bevond zich naast de Villa Ricordo (naast de Zenne), waar Duitse hogere officieren logeerden. De ouders Edouard Desmet en Léonie Van Lier, die zich nog in de keuken bevonden, kwamen er met wat schrammen van af. De 5 kinderen, Gustaaf (27 jaar), Louis (21 jaar), Emiel (15 jaar), Helena (24 jaar) en Paulina (23 jaar), die al in bed lagen, kwamen allen om. Emile werd door de slag zelfs op straat gekatapulteerd.

De lijken werden opgebaard in de grote zaal van het Stadhuis, waar o.a. burgemeester Charles Nerinckx op de dag van de begrafenis (23 juli) een toespraak hield. Vandaar trok men in stoet naar de Sint-Martinuskerk; veertig vrijwilligers droegen de lijkkisten; 25 priesters waren aanwezig bij de lijkdienst.

Het ongeval werd nooit volledig opgehelderd: volgens sommigen was het een Engels, volgens anderen een Frans bombardementsvliegtuig. Wilde men de Duitse troepenconcentraties in het Halse station treffen? Of de Duitse hogere officieren in de villa van Pêtre? Bovendien hadden beide gebouwen een torentje, dat eventueel een oriëntatiepunt kon zijn. Enkele maanden later zou Halle eindelijk vrede kennen.